Protocol tegen pesten

 

Doelen van dit protocol

  • Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.
  • Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken.
  • Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen, stellen we alle kinderen in de gelegenheid met veel plezier naar school te gaan.


Pesten op school

Pesten komt op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus willen aanpakken. Dat betekent dat we als school stelling nemen tegen pesten.

Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden:

  • Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders.
  • De school wil pestproblemen voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.
  • Als pesten zich voordoet, kunnen leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat signaleren en duidelijk stelling nemen.
  • Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, beschikt de school over een directe aanpak.
  • Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert, dan is de inschakeling van de interne contactpersoon nodig. De interne contactpersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren. 

Op onze school is één interne contactpersonen aangesteld, te weten Mirjam Lammersma.

Het probleem dat pesten heet

De piek van het pesten ligt tussen 10 en 14 jaar, maar ook bij kinderen van andere leeftijden komt pesten voor. Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:

  • Altijd een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen;
  • Zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot;
  • Een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven;
  • Briefjes doorgeven;
  • Beledigen;
  • Opmerkingen maken over kleding;
  • Isoleren / negeren;
  • Buiten school opwachten, slaan of schoppen;
  • Op weg naar school achterna rijden;
  • Naar het huis van het slachtoffer gaan;
  • Bezittingen afpakken of kapot maken;
  • Schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer;
  • Het slachtoffer met lichamelijk geweld benaderen.

 

Hoe willen wij op SBO De Regenboog met pesten omgaan?

We willen kinderen weerbaar maken. Als een kind weerbaar is, weet het ook het onderscheid te maken tussen plagen en pesten. We leren kinderen aan dat ze mogen zeggen wat ze voelen. Een kind moet kunnen aangeven wanneer plagen niet meer leuk is.

Op onze school gebruiken we sinds 2010 de methode “Leefstijl” voor sociaal-emotionele ontwikkeling. Een van de doelstellingen van de methode is het voorkomen en tegengaan van pestgedrag.
De kinderen oefenen een aantal basisvaardigheden die daarbij van pas komen, zoals luisteren, met gevoelens omgaan, nee zeggen, assertief zijn en conflicten hanteren.
De nadruk wordt niet gelegd op hoe het hoort, maar op het laten zien dat alles prettiger verloopt door rekening met elkaar te houden en goed om te gaan met gevoelens van een ander. Met behulp van “Leefstijl” willen we op onze school een manier van omgaan bewerkstelligen die kenmerkend is voor onze school.

De leerkracht richt zich op de bevordering van positieve groepsnormen in de klas. Bij het bevorderen van een positieve groepssfeer heeft de leerkracht een voorbeeldfunctie. Hij vertoont geloofwaardig en consequent “Leefstijlgedrag” in de omgang met leerlingen, ouders en collega’s.

Aan het begin van het schooljaar, bij thema 1 van “Leefstijl” worden in de groep kennismakingsactiviteiten gedaan ter bevordering van de groepssfeer. In deze eerste weken stellen de kinderen gezamenlijk en in overleg de groepsregels vast. De regels worden positief geformuleerd (in “plustaal”) en in elke klas zichtbaar opgehangen.

Het voorbeeld van de leerkracht (en thuis de ouders) is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en de leerlingen wordt niet geaccepteerd. Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.

School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Bij problemen van pesten zullen de directie en de leerkrachten hun verantwoordelijkheid nemen en indien nodig overleg voeren met ouders. De inbreng van ouders bestaat uit het aanreiken van informatie, tot het geven van suggesties en het ondersteunen van de aanpak van school.


Belangrijke regels bij het hanteren van het pestprotocol

De 5 sporenaanpak

We hanteren de 5-sporenaanpak, dwz:

  1. het slachtoffer
  2. de pester(s)
  3. de rest van de groep
  4. de leerkrachten
  5. de ouders

Het is belangrijk om elk spoor mee te nemen bij een geval van pesten. Het gevaar is namelijk groot dat anders het pesten opnieuw zal beginnen of onderhuids doorwoekert.

Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt opgevat als klikken. Als je gepest wordt of ruzie met een ander hebt en je komt er zelf niet uit dan mag je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken.

Een tweede stelregel is dat een medeleerling ook de verantwoordelijkheid heeft om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.

Een derde stelregel is Samenwerken zonder bemoeienissen: School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind op te komen lossen. Samen met de leerkracht(en) wordt naar een oplossing gezocht en wordt actie ondernomen.

De “STOP-HOU-OP-regel”
Op school hanteren wij de "STOP-HOU-OP-regel". Simpelweg betekent dit dat elk kind "STOP-HOU-OP" zegt als hij vindt dat een ander kind vervelend tegen hem doet. Iedereen moet die "STOP-HOU-OP-regel" respecteren. Het nadrukkelijk uitspreken van "STOP-HOU-OP" is voor iedereen een teken dat er gestopt moet worden.

De “No blame-aanpak”
In de bovenbouw van onze school proberen we pestgedrag in eerste instantie aan te pakken met de “No blame-aanpak”. Kenmerk van deze aanpak is dat getracht wordt de positieve kracht van de groep aan te spreken. Niet de pester(s) aanpakken, maar door mobilisatie van de groep het pesten doen stoppen. In die zin is het geen bestraffende maar een probleemoplossende methode om met pestproblemen om te gaan. Uitgangspunt is dat het belangrijker is het probleem op te lossen dan de pester te bestraffen
Pesters hebben vaak moeite zich in te leven in de gevoelens van anderen. Zij beseffen niet wat de gevolgen zijn voor de gepeste leerling. De “No blame-aanpak” biedt het voordeel dat het inlevingsvermogen van de pester en omstanders wordt vergroot.
De aanpak sluit aan bij de manier waarop wij de kinderen van onze school via de methode “Leefstijl” willen laten omgaan met gevoelens van henzelf en die van de ander.

De “No blame-aanpak” in zeven stappen.

  1. Gesprek met de gepeste leerling.
    De leerkracht gaat in gesprek met de gepeste leerling. Het gaat in dit gesprek om het effect van het pesten op deze leerling. Wat zijn z’n gevoelens. De leerling kan dit eventueel in een tekening of brief weergeven. Verder wordt de procedure van de aanpak besproken. De leerkracht vraagt toestemming aan het kind om de tekening of brief te gebruiken. De leerling geeft aan welke kinderen hij graag in de supportgroep (of hulpgroep) wil hebben.

  2. Bijenkomst van de betrokkenen (hulpgroep).
    Uitgenodigd worden de pester(s), meelopers en ook leerlingen waarvan een positieve groepsinvloed verwacht wordt. Totaal 5 tot 8 kinderen. De gepeste leerling is niet bij dit gesprek aanwezig.

  3. Het probleem uitleggen en empathie kweken.
    De leerkracht legt in een (kring-)gesprek het probleem uit. Hij maakt duidelijk dat er een leerling is die zich erg ongelukkig voelt en dat de aanwezige kinderen een bijdrage kunnen leveren om de leerling in kwestie te helpen. De leerkracht vermijdt elke vorm van beschuldiging en geeft duidelijk aan dat niemand straf krijgt. Op geen enkel moment bespreekt hij details van de voorvallen.

  4. De verantwoordelijkheid delen.
    De leerkracht vertelt dat iedereen in de klas er mede verantwoordelijk voor is dat anderen zich prettig en veilig voelen. De hulpgroep is bij elkaar geroepen om te helpen het probleem op te lossen: Niemand heeft de schuld maar iedereen is verantwoordelijk!

  5. De groepsleden naar ideeën vragen.
    De leerkracht vraagt aan iedere deelnemer om na te denken over manieren om het pesten te stoppen en het voor de gepeste leerling weer aangenaam te maken. Hij vraagt aan de leerlingen om hun ideeën zo concreet mogelijk te maken door hun zinnen te beginnen met “ik”. De suggesties kunnen zowel gericht zijn op het eigen gedrag als ook op tips om de gepeste leerling weer makkelijker contact met de groep te laten maken.
    (Aanvulling: de suggesties worden besproken met de gepeste leerling er bij, ze komen op papier waarbij ook het doel van de hulpgroep geformuleerd wordt.)
  6. De verantwoordelijkheid wordt overgedragen.
    De leerlingen gaan nu aan het werk. Ze moeten de gelegenheid en de tijd krijgen hun goede voornemens uit te voeren. De leerkracht spreekt wel af dat hij hen na een of twee weken weer zal spreken. In die tijd observeert de leerkracht of en hoe de hulpgroep te werk gaat. Ook polst hij de gepeste leerling geregeld.
  7. Nabespreking.
    De leerkracht vraagt alle leden eerst afzonderlijk of de situatie veranderd is. Hij vraagt wat goed ging, wat beter kan, wat de persoonlijke bijdrage was en hoe iedereen denkt nu verder te gaan. Misschien zijn niet alle voornemens geslaagd, maar het belangrijkste is dat het pesten is gestopt. De hulproep komt tenslotte samen bijeen om af te sluiten, zo mogelijk samen met de gepeste leerling.

 

Aanpak van pestgedrag

Stappenplan voor de leerkracht.

Stap

Wat 

Waarom

Wie

Hoe

Wanneer

1. Neem het probleem serieus. Niets is zo erg voor het kind dat gepest wordt en voor de ouders als het probleem niet als een probleem gezien wordt. Vooral voor het kind is het niet gemakkelijk als bekend is dat hij gepest wordt.  Leerkracht & collega’s Open luisterhouding aannemen. Luisteren zonder vooroordeel. Probeer zakelijk de melding van het slachtoffer te waarderen. Bij melding.

2.

Voer een
gesprek met
het slachtoffer.
Zicht krijgen op de situatie; wat is er concreet aan de hand? 
Het kind ondersteunen eigen oplossingen te bedenken.
Leerkracht & slachtoffer Het slachtoffer moet het gevoel hebben dat er echt naar hem geluisterd wordt. Daarna proberen we samen met de leerling oplossingen te bedenken. Er worden manieren besproken waarmee het kind zich kan beschermen tegen de pestkop. Zo kort mogelijk na de melding of het signaleren.
3. Voer een
gesprek met
de pester.
Zicht krijgen op de situatie; wat is er concreet aan de hand? 
Wat zijn motieven van pester en hoe kan deze ondersteund worden om te stoppen met pesten? 
Leerkracht en pester We maken duidelijk dat pesten niet geaccepteerd wordt. We vragen naar redenen en motieven van de pester. We accepteren geen uitdrukkingen als "ík maakte een grapje". De pester wordt gedwongen tot korte antwoorden. Dit om een lange discussie met argumenten die er eigenlijk niet toe doen te voorkomen. Aan het pesten kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen, het is belangrijk deze boven tafel te krijgen. De pester heeft dus ook steun nodig om te stoppen met pesten. Kort na het eerste gesprek
4. Informeer collega’s, 
schoolleider en ouders
Iedereen moet zo snel mogelijk op de hoogte zijn van de situatie, zodat optimaal kan worden samengewerkt. Leerkracht   In teambespreking wordt iedereen op school op de hoogte gesteld. Ouders worden telefonisch benaderd. Geef aan dat er een plan van aanpak wordt gemaakt en dat ouders later worden uitgenodigd om de aanpak te bespreken.  Zodra het beeld helder is.
5. Voer een gesprek met de groep Belangrijk is om iedereen verantwoordelijk te maken voor het voorkomen van pesten. 
(niemand schuld, iedereen verantwoordelijk). De meeloper zien wij als een passieve pester. Hij is medeplichtig. Blijft op afstand, doet niets om het pesten te stoppen. Hij neemt het niet op voor het slachtoffer. Hij lacht mee met de pester omdat hij soms bang is om zelf gepest te worden.
Leerkracht en groep  

Deze dingen worden bespreekbaar gemaakt in de groep. Informatie over pestgedrag valt niet onder “klikken”. De groep moet dit duidelijk ervaren. Wijs de groep nog eens op de omgangs- en gedragsregels.

De nadruk ligt op niemand schuld, iedereen verantwoordelijk. Gericht op oplossingen, geen discussie over hetgeen dat is gebeurd.

Affectief-neutrale houding; geen positie innemen. 

Binnen een week na het eerste gesprek.
6. Plan van aanpak Afspraken maken om een eind te maken aan de pestsituatie en gewenst gedrag te stimuleren. 
Slachtoffer adequater leren reageren, weerbaar maken; 
Dader helpen gewenst gedrag te ontwikkelen.
Leerkracht, slachtoffer, dader (evt. de groep) Afspraken vastleggen (handelingsplannetje/
contract)
Binnen een week na het eerste gesprek
7. Dossier aanleggen  Deze verslagen geven ons houvast bij gesprekken en ze kunnen ons helpen patronen te ontdekken, daarom moeten ze opgeslagen worden in het leerling-dossier (Esis).   leerkracht De leerkracht maakt een verslag Esis over de betreffende situatie, de gevolgde aanpak en de genomen maatregelen. Binnen drie weken na de melding
8. Afspraken volgen  Afspraken nakomen Alle betrokken personen Volgens plan van aanpak Gedurende de looptijd van pva
9. Voortgangs-gesprek met ouders Ouders spelen een belangrijke rol bij het tegengaan van pesten.    We maken een afspraak met de ouders van zowel het gepeste kind als de pester en bespreken afzonderlijk de kwestie. De aanpak wordt toegelicht en de vorderingen besproken. In het gesprek is van belang om informatie uit te wisselen over het gedrag en welbevinden van het kind. 2 a 3 weken na de start pva
10. Evalueren en bijstellen Nagaan of het pestgedrag is opgehouden en waar slachtoffer en dader nog behoefte aan hebben. Leerkracht, slachtoffer en dader, ouders Open gesprek met slachtoffer en afzonderlijk dader, overleg ouders. 6 weken na het eerste gesprek.


Begeleiding van de gepeste leerling

  • Erkenning geven, luisteren;
  • Zoeken en oefenen van een andere uitgangspositie en andere reactie, bijvoorbeeld je niet afzonderen;
  • Nagaan welke oplossingen een kind zelf wil;
  • Sterke kanten van de leerling benadrukken;
  • Belonen van weerbaar gedrag van het kind;
  • Het gepeste kind niet overbeschermen. Hiermee plaats je het kind in een uitzonderingspositie, waardoor het pesten zelfs nog kan toenemen.

Kenmerken van slachtoffers

  • Heeft weinig vrienden op school, voelt zich eenzaam;
  • Is verlegen;
  • Is minder groot en sterk dan de pester;
  • Mist een aantal sociale vaardigheden, heeft moeite om de regels en normen te ontdekken in een groep;
  • Is onzeker;
  • Weet niet hoe hij met agressie om moet gaan;
  • Is niet weerbaar;
  • Huilt snel.

Begeleiden van de pester

  • Duidelijk zeggen dat dit pestgedrag onacceptabel is. Er is geen excuus voor te bedenken;
  • Laten inzien wat het effect kan zijn van zijn/haar gedrag voor de gepeste;
  • Alternatief gedrag aangeven;
  • Straffen als het kind wel pest, belonen als het zich aan de regels houdt;
  • De stop – eerst nadenken houding oefenen;
  • Evt. inschakelen van hulp. 

Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:

  • Een problematische thuissituatie;
  • Voortdurend buitengesloten voelen;
  • Voortdurend in een niet passende rol worden gedrukt;
  • Voortdurend met elkaar de competitie aan gaan;
  • Een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt.

Adviezen aan de ouders

Ouders van gepeste kinderen:

  • Neem uw kind serieus. Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.
  • Als pesten buiten school gebeurt, probeert u contact op te nemen met de ouders van de pesters om het probleem bespreekbaar te maken. als u inschat dat dat niet goed zal gaan bespreek het dan met de leerkracht.
  • Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.
  • Door positieve waardering van positief gedrag kan het zelfvertrouwen vergroot worden of weer terug komen
  • Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.
  • Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.
     

Ouders van pesters

  • Neem het probleem van uw kind serieus Neem stelling: U accepteert dit gedrag niet. .
  • Raak niet in paniek, elk kind loopt kans pester te worden.
  • Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen. Dat betekent niet dat u het goedkeurt.
  • Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.
  • Besteed extra aandacht aan uw kind.
  • Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.
  • Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.
  • Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.

Toezicht

Tijdens de pauze is er op onze school voldoende toezicht. Door de aanwezigheid van leraren op het schoolplein voelen de kinderen zich veilig. Pesten zal niet snel onder toezicht van een volwassene plaats vinden. Het is hierbij wel belangrijk dat degene die pleinwacht heeft goed oplet en alert is op signalen. Goed onderscheid kunnen maken tussen pesten en ruw spel is niet altijd gemakkelijk. Te vroeg ingrijpen heeft nadelige gevolgen voor het leerproces van de leerlingen, bijvoorbeeld zelf conflicten kunnen oplossen of compromissen sluiten.

Sancties

Bij pestbeleid past, na preventie en eerste positieve begeleiding, ook een sanctiebeleid. Het moet voor iedereen duidelijk zijn bij welke maatregel wij welk gedrag nemen. Het moet ook duidelijk zijn wie in welke situatie een sanctie oplegt.

Gedrag

Sanctie

Door wie

Eenmalig geconstateerd pestgedrag Gesprek over omgangsregels en een pauze binnenblijven, waarbij materiaal over pesten gelezen/bekeken wordt. Leerkracht
Pesten blijft doorgaan Start No Blame methode/ opstart pestprotocol  Leerkracht
Pesten blijft na PVA toch doorgaan Gesprek met ouders/ verzorgers.
Afspraken over te verwachten gedrag worden schriftelijk vastgelegd en getekend.
Ook wordt vastgelegd dat leerling de pauze binnen blijft bij signaleren pestgedrag.
Positief gedrag blijven bekrachtigen en belonen. Benoem het gedrag concreet en wees hier consequent in. 
Leerkracht in overleg met interne zorgadviseur en schoolleider
Negatief gedrag blijft 
gehandhaafd. Geen
verbetering merkbaar.
Protocol Schorsing / Verwijdering treedt in werking. Schoolleider in overleg met het schoolbestuur

Slot

Wanneer wij op "SBO De Regenboog” duidelijk stelling nemen tegen pesten, het bespreekbaar maken en hier regelmatig bij stil staan heeft dit zeker positieve gevolgen voor de school. Natuurlijk profiteren de leerlingen hier het meest van, zij voelen zich veilig en kunnen optimaal ontwikkelen.

HET NIEUWE PESTEN

Wat wordt er onder het ‘nieuwe pesten’ verstaan?

Het internet biedt veel mogelijkheden om te pesten: 

  • Er worden opzettelijk virussen naar elkaar gestuurd; 
  • Homepages en mailadressen worden gekraakt; 
  • Kinderen sturen anonieme dreigmailtjes (hatemail); 
  • Ze zetten foto’s van elkaar online met vervelende teksten; 
  • Ze schelden elkaar via MSN uit;
  • Kinderen bestellen online producten voor iemand anders.

Overal op forums, prikborden en gastenboeken kan men vrij anoniem berichten plaatsen. Pesten via het internet is vaak harder en gemener dan op bijvoorbeeld het schoolplein of in de gangen. De pester kan anoniem blijven.
En het kind voelt zich zelfs thuis niet meer veilig! Het ‘nieuwe pesten’ vindt voornamelijk plaats buiten schooltijden, maar beïnvloedt wel het pedagogische klimaat in de klas en dus ook de lessen.

Signalen dat een kind gepest wordt.

Dezelfde signalen als genoemd in het pestprotocol zijn hier van toepassing.

Activiteiten in het kader van preventie.

Met interactie, instructie en klassenmanagement scheppen we de voorwaarden voor een pedagogisch klimaat waarin elk kind tot zijn recht komt. Als we daar stap voor stap verbeteringen in aanbrengen, werken we ook aan veiligheid.

Hoe werken we daar in de klas aan? 

  • Werken met het pestprotocol;
  • De manier waarop we kinderen begeleiden op het internet;
  • Leerkrachten tonen interesse in wat kinderen op het internet doen
  • Klassengesprekken over het onderwerp “veilig internet”
  • Leerlingen moeten horen dat een online geintje niet als geintje hoeft over te komen;
  • Leerlingen moeten zich bewust worden van het oude adagium ’Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’ 
  • Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden. 
  • Leerlingen moeten leren niet meteen te reageren (tot 10 tellen), als iets of iemand op internet hen irriteert.

In elke bovenbouwgroep worden de afspraken en regels aan het begin van het schooljaar besproken. Wij vinden het op school niet nodig dat de leerlingen chatten, twitteren, of op Hyves /Facebook gaan.
Het kijken op You Tube gebeurt alleen onder supervisie.

Daarnaast willen we de leerlingen wel leren veilig met het internet om te gaan. We hebben daarvoor de volgende regels en afspraken:

Surfen en gamen:
Ik weet dat niet alles waar is wat ik op leuke websites zie. Ik download niets, geen games, geen software, geen muziek.
Ik mag mezelf niet registreren op websites. Als ik iets tegenkom wat ik niet wil zien, klik ik het weg (als het niet lukt, vraag ik hulp).
Als ik me vervelend voel door iets wat ik heb gezien, dan vertel ik dat aan iemand die ik vertrouw.

Chatten en MSN’en:
Ik geef geen e-mail-adressen, gewone adressen, namen (ook niet van school) telefoonnummers, foto’s,wachtwoorden en andere persoonlijke informatie aan mensen die ik alleen van het internet ken. Ik reageer niet op pesterijen, dreigementen of scheldpartijen en haal zelf ook niet van dit soort ‘geintjes’ uit via internet. Ik blijf altijd vriendelijk en eerlijk en scheld niet (terug). Als er iets vervelends gebeurt, ga ik weg uit de chat. Ik mail niet zomaar met kinderen die ik van internet ken, en spreek niet met ze af zonder dat mijn ouders dat weten.

Mailen:

  • Ik open nooit mailtjes van onbekenden.
  • Ik open geen attachements, ook niet van bekenden.
  • Ik verstuur geen viruswaarschuwingen en geen kettingbrieven.
  • Spam en junkmail gooi ik meteen weg en ik reageer er nooit op.
  • Ik verstuur geen foto’s.
  • Ik verstuur geen anonieme mail.
  • Ik verstuur geen flauwe grappen, dreigmail of hatemail.

Web-winkelen:

  • Ik koop niets in een webwinkel.


Huiswerk doen met internet:

  • Ik weet dat niet alles waar is wat ik op internet tegenkom.
  • Als ik niet weet of ik een website kan gebruiken, vraag ik raad aan de leerkracht of aan mijn ouders/verzorger.
  • Ik neem niet zomaar teksten over van websites voor schoolopdrachten.


Als er dan toch gepest wordt

Het kan natuurlijk voorkomen dat er ondanks alle maatregelen in de preventieve sfeer nog gepest wordt. Als gezien wordt, of door onderzoek bij vermoeden of horen bevestigd wordt dat er gepest wordt, dan gaan we over tot de volgende aanpak:


Spoor de dader op

Soms is de identiteit van de dader te achterhalen door uit te zoeken van welke computer op school het bericht is verzonden. Roep daarbij de hulp in van de ICT-coach. Deze moet kunnen nagaan wanneer het bericht verstuurd is en welke klas op dat moment gebruik maakte van de computers. De stijl van het bericht en eventuele taalfouten kunnen de dader verraden. De dader kan wellicht ook worden gevonden door in de klas te praten over wat er is gebeurd.
Zie aanpak pestgedrag van het pest-protocol


Als het pesten door blijft gaan  

Zie aanpak pestgedrag van het pest-protocol


Sanctiebeleid   

Zie sanctiebeleid van het pest-protocol

We raden ouders aan, om toezicht te houden als een kind thuis op het internet is. Lees af en toe wat er op Hyves/Facebook geschreven wordt. Mocht u hier problemen mee hebben, laat uw kind dan geen account aanmaken. Als uw kind een account heeft, moet u weten wat er zich afspeelt. Maak hierover van tevoren afspraken met uw kind.